Korte impressie van de Autarkeia-lezing door de heer prof. dr. P. Ziche “Atmosferische realiteit”

Korte impressie (John Reijnders) van de Autarkeialezing door de heer prof. dr. P. Ziche

Op 14 oktober 2017 werd – na een aantal ALV-gerelateerde alsmede huishoudelijke Autarkeia zaken – in de Sweelinckzaal aan de Drift 21, te Utrecht, ten overstaan van een relatief groot auditorium door prof. Dr. Paul Ziche (https://www.uu.nl/medewerkers/PGZiche ; leeropdracht: Geschiedenis van de nieuwere wijsbegeerte met als bijzonder aandachtsgebied de ‘History and Philosophy of the Sciences and the Humanities’), een voordracht gehouden over ontwikkelingen in de wetenschap aan het begin van de 19de eeuw. Hij koos daarbij als titel van deze voordracht ‘Atmosferische realiteit’, met als ondertitel ‘‘Harde’ realiteit en zachte wolken in het idealisme-realisme debat’.

Als exemplarisch vertrekpunt daarvoor werd verwezen naar een kleine selectie kenmerkende schilderijen van de beroemde Duitse schilder Casper David Friedrich (1774-1840), waaronder  Erinnerungen an das Riesengebirge (1835) en Der Wanderer über dem Nebelmeer (1818).

              

       

Ziche legt uit, dat dit type schilderijen kunnen gelden als paradigmatisch voor hetgeen reëel is. Reëel is, dat de realiteit gekenmerkt wordt onbegrijpelijkheid. Realiteit is iets vluchtigs, is als een vluchtige geur, een schim. Hij refereert in dit verband aan de arts, schilder en wetenschapsfilosoof Carl Gustav Carus (1798-1869), die zich in diens Neun Briefe über Landschaftsmalerei. 1819–1824, een exponent toont van (het  levengevoel van) de Romantiek. In Gedanken über große Kunst, 18 schrijft Carus: „aber die Landschaft entzückt uns doch allemal dann am meisten, wenn Morgen- oder Abendduft, eben jenes, was wir Ton nennen, über das Ganze verbreitet und somit der Aufschrei jedes einzelnen Farbigen verstummt ist.“.

Voorts ook aan Friedrich Schlegel (1772-1829), diens Gespräch über die Poesie, 1799:  „ein klarer Duft schwebt unsichtbar sichtbar über dem Ganzen, überall findet die ewige Sehnsucht einen Anklang aus 101 den Tiefen des einfachen Werks, welches in stiller Größe den Geist der ursprünglichen Liebe athmet.“

Centraal argument in de aan het begin van de 19de eeuw vigerende tegenstelling tussen realisme en idealisme is de vraag omtrent de ‘echte’ werkelijkheid en of deze wel te begrijpen is. Ofwel is deze gelegen in een z-e-l-f, met als tegenwerping dat sprake kan zijn van zelfoverschatting, van solipsisme, van atheïsme. In dit verband kan verwezen worden naar figuren als F.H. Jacobi (1743-1819), J.G. von Herder (1744-1803) en Jean Paul (1763-1825). Ofwel gelegen in een ’echte’ werkelijkheid, buiten het eigen zelf.  Als een ‘echte’ of ultieme realiteit buiten het eigen zelf wordt beschouwd God, de (christelijke) openbaring, maar ook kunst. Veel voorkomende (beeld)termen zijn ‘spinnenweb’, spoken en gekken, nevel, verduistering.

Ziche laat vervolgens zien hoe het een en ander filosofisch wordt uitgewerkt en doet dat aan de hand van de ‘Medientheorie des Erklärens’ van Friedrich Wilhelm Joseph Schelling (1775-1854). Zie Sämmtliche Werke, Erste Abteilung. Vierter Band. Stuttgart u, Augsburg, 1859. §. IV, Von der philosophischen Construktion oder von der Art, alle Dinge im Absoluten darzustellen. Het gaat daar onder meer om een nieuw ‘proces’ of ‘constructie’ begrip, waar natuurfilosofische (evidentie), kentheoretische (hoe kunnen zelfstandige dingen en de geest bij elkaar komen?) en taalfilosofische (“A is B” lezen als ‘er is iets dat zowel A is als B) kwesties bijeen komen. ‘Constructie’ wordt dan onder invloed van I. Kant en wiskundige overwegingen verschoven naar dat, ‘waarin een constructie plaatsvindt’. Voor het realiteitsbegrip betekent dit dat de plaats van een individueel object of gebeurtenis afhankelijk is van een (alomvattende) context, welke op zijn beurt zelf geen object is, maar manifest is in/achter/tussen individuele objecten.

[John R., zie ook: P. Ziche, Das System als Medium. Mediales Aufweisen und deduktives Ableiten bei Schelling, in: C.Danz / J. Stoltenberg, System und Systemkritik um 1800. Meiner, 2011, S. 152:

Ook op een ander terrein, namelijk in Schellings natuurfilosofie, komen we een dergelijke uitwerking tegen. Natuurkrachten zitten niet in de vaste materie, maar in de tussenruimtes waarin de massa’s van de hemellichamen zijn verdeeld. In Ideen zu einer Philosophie der Natur, Drittes Kapittel, Von der Luft und den Luftarten, S. 48: „Unsern Erdball umgibt ein durchsichtiges, elastisches Fluidum, das wir Luft nennen, ohne dessen Gegenwart kein Prozeß der Natur gelänge, ohne welches animalisches sowohl als vegetabilisches Leben unausbleiblich erlöschen würde – wie es scheint das allgemeine Vehikel aller belebenden Kräfte, eine unerschöpfliche Quelle, aus der die belebte sowohl als die unbelebte Natur alles an sich zieht, was zu ihrem Gedeihen notwendig ist.“

Een tweede voorbeeld van die filosofische uitwerking is te vinden bij Friedrich Schleiermacher (1768-1834). Schleiermacher spreekt in zijn hermeneutiek – ‘Die Hermeneutik als Kunst des Verstehens …’  – (Allgemeine Hermeneutik, 1809/10; Hermeneutik und Kritik, Berlin, 1838) over nieuwe typen van objecten alsmede over het thema en de stijl van een tekst. Daarnaast zoekt hij de caesuur tussen mens en natuur op te heffen.

Voorts lijkt een soortgelijke intentie tot verbinding van subject en natuur ook present bij de al vermelde Carl Gustav Carus, die spreekt over een ‘Erdbebenbildkunst’, over ‘ferner Duft’, over ‘aus grauen Nebelschleiern gewobe.’ De analogie met Goethe (1749-1832; Die Schriften zur Naturwissenschaft, Weimar, 1947 ff), die spreekt  over ‘düsterer Klarheit’, ‘duftiger Durchsichtigkeit’ en met J. en W. Grimm (Grimms’ Wörterbuch ;http://woerterbuchnetz.de/cgi-bin/WBNetz/wbgui_py?sigle=DWB&mode=Vernetzung&lemid=GW10107#XGW10107 : weben, verb. auf dem webstuhl verfertigen; sich hin und her bewegen, sich zeigen und wirksam sein; wehen.), die het hebben over de term  ‘weben‘, is hier evident. Schelling spreekt over ‘Luftperpektive‘. De ontdekkingsreiziger Humboldt (1769-1859; Essai sur la géographie des plantes accompagné d’un tableau physique des régions équinoxiales, 1807) op zijn beurt ervaart de classificatie van een fenomeen als wolken als problematisch.

  

De meteorologie van destijds mag gelden als exemplarisch voor niet-exacte wetenschappen. Friedrich William Herschel (1738-1822; On the Construction of the Heavens, 1785) spreekt over nevels (‘nebulae’) in het heelal. Tegenover precieze instrumenten is er sprake van een sferische terminologie: ‘Luftkreis’ , ‘Dunstkreis’, ‘Wirkungssphäre’.

Naast dergelijke specifieke termen is er ook een kritische Schellingse stellingname inzake hetgeen wordt opgevat als feit, ‘Fakt’. Het grote feit van de wereld onttrekt zich aan een logische reconstructie. Feiten zijn niet het beginpunt maar het einde van een proces van onderzoek: in een niet-deductieve methodologie  gaat het om ‘ausmitteln’ (= exploreren, in het centrum plaatsen; noch vertrekpunt, noch einde van onderzoeksproces), ‘zulaufen auf Erfahrung’, ‘Zuversicht’, ‘Ahnden’.

Hermann Schmitz, ontwikkelaar van een  Neue Phänomenologie, Bonn, Bouvier, 1980, stelt de term ´atmosfeer´ tegenover hetgeen men ´mainly thought in terms of massive bodies, and the most important parts of the normal experience of life were forgotten, namely:

  • atmospheres, among them weather and silence (as experienced, not as constructed), but mainly the emotions that have to be regarded as spatially extended powers able to affect the felt body.´

Diezelfde term ´atmosfeer´ treffen we ook aan in een geheel ander context.  Gernot Böhme spreekt in zijn boek The Aesthetics of Atmosphere, Routledge, New York, 2017, Introduction, over ´what affects human beings in their environment are not only just natural factors but also aesthetic ones´ en ´.. what mediates objective factors of the environment with aesthetic feelings of a human being is what we call atmosphere´.

De hierboven al aangehaalde ambitie tot een andere relationele duiding tussen mens en natuur keert terug in het actuele (ecologische) discours over ´landscape expressivity

De voorzitter dankte Paul Ziche  voor diens boeiende voordracht over dit onderwerp en de aanwezige leden, voor hun bijdrage aan het debat.

Een boeiend betoog , dat werd voortgezet in een bekend café in de stad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *